Afgelopen zondag zijn mijn beste vriend en ik naar Transformers 3 Dark side of the Moon geweest in de bioscoop. Dit was de 3D versie van de film. Transformers is voor mij een jeugdsentiment en in vooral in het eerste deel kan ik me nog herinneren dat de stem van Optimus Prime bulderde en ik daar in één van die bioscoopstoelen zat met kippenvel. Nog prachtiger was het feit dat ook de andere kijkers ook een gemiddelde leeftijd van 30 hadden en wij allen daar toch weer als kleine kinderen genoten van dat spektakel.

Met deel twee, Rise of the Fallen, kwam er wat verandering in dat jeugdsentiment. De regisseur gaf echter aan dat hij daar niet zoveel aan kon doen. Het had te maken met de schrijversstakingen in Amerika en een tijdsplanning waar zo een film dan toch mee te maken heeft. Sinds ik heb gefigureerd in een film, kan ik daar een heel klein beetje over mee praten.

Van kwaad tot erger

En toen kregen we deel drie: Dark side of the Moon. Wat kan ik hier over vertellen. Laat ik vooraf beginnen: ik zal niets over de film zelf vertellen. Als er iets is waar ik een ontzettende hekel aan heb, dan zijn dat spoilers. De film begon op zich aardig, maar vervolgens kwamen er personages in beeld zonder enige functie en bleven helaas ook heel vaak terugkomen. Veel erger is bijvoorbeeld een detail dat ergens in een film een bepaald figuur kleding aan heeft en in een opvolgende scene totaal andere kleding. De robots waren geweldig, maar teveel. Dit was ook al gezegd over het tweede deel, blijkbaar niet vaak genoeg. En uiteindelijke na 154 minuten, had ik toch echt het gevoel dat dit een film was waarvan teveel is geëist of de regisseur had het idee dat iedereen voor de gek te houden is met alleen immense explosies en torenhoge robots.

Mijn mening, mijn waardering voor de film

Na 154 minuten had ik spijt dat we deze film gekozen hadden. En in deze situatie had ik graag een waardebepaling achter gehad. Ook om naar de regisseur, de productiemaatschappij en ook de bioscoop zelf duidelijk te maken dat niet zomaar alles goed is. Dus mijn berekening als volgt:

  • In dit geval kostte een kaartje € 12. Volgens mij had 3D geen enkele toegevoegde waarde dus laten we beginnen met € 1 terug.
  • Het verhaal, wat toch een keypoint is, was  slecht, zo niet dieptriest. Ik verwacht hier zeker € 2 compensatie voor.
  • Personages die in de film aanwezig zijn, maar geen enkele binding met de film hebben of niets toevoegen. Laat ik daar een vergoeding van € 3 voor vragen, ik heb er toch 154 minuten naar moeten kijken.
  • Voor de fouten zoals vermeld hierboven met de kleding wil ik voor een miljoenen film zeker € 4 terug. Tijdens mijn figureerwerk is er heel zorgvuldig omgegaan met dat soort kleine dingen, hier was dat absoluut niet het geval.

Brengt mij op een waardering van de film achteraf op € 2, dat is wat ik de film waar vond. Maar ik rond het af naar beneden, dus € 0. Ik heb namelijk geen wisselgeld bij me.

Waardering gegarandeerd

De term waardering achteraf kom ik de laatste tijd wat vaker tegen. Het zou kunnen betekenen dat vanwege waardering achteraf dat de maker van het product of dienst meer tijd en energie in het ontwikkelen/maken van het product of dienst steekt. Hij loopt namelijk de kans op een slechte waardering achteraf. Het principe is natuurlijk geweldig. Ik bepaal zelf hoeveel hetgeen voor mij waard is. Heb ik juist veel of helemaal niets aan gehad. Heb ik zoals met deze film wel of niet van genoten. Het kan een hele goede boodschap achterlaten aan de maker.

Maar hij ook mensen zoals mij treffen, die overal wel een mening over hebben en vervolgens de hele boel afronden omdat ze geen wisselgeld bij hebben.

Is waardering achteraf werkelijk zo een goede tool als ik me voorstel?

12 thoughts on “Waardering achteraf

  1. CoachSander

    Waardebepaling achteraf is een heel goed middel om de daadwerkelijke waarde te bepalen die het jou als ontvanger gegeven heeft.

    Anderzijds blijkt het voor de ontvanger vaak ook erg moeilijk om te bepalen wat de kosten zijn geweest die de maker heeft gemaakt.

    Voorbeeld: een aantal jaar geleden heb ik dit principe ook toegepast om een aantal trainingsbijeenkomsten die ik samen met een collega op wekelijkse basis organiseerde.
    De aanwezigen (zo’n 10 tot 12 personen per keer) waren uitermate tevreden over wat wij boden en de expertise die we daarvoor gebruikten.

    Na afloop stond er een doosje waar mensen hun bijdrage in konden doen… Dat ik per persoon nooit meer geweest dan €15… We hebben daar ternauwernood de zaalhuur mee kunnen betalen…

    Achteraf heb ik van anderen, die vaak waardebepaling achteraf gebruiken, begrepen dat je tijdens zo een avond vaak moet aangeven wat jouw investering in een dergelijke avond is geweest, en welke kwaliteiten en expertise je daarvoor hebt ingezet…. Persoonlijk heb ik daar moeite mee; dan ben ik met mijzelf bezig op zo’n moment en niet met de groep…

    Met andere woorden; waardebepaling achteraf is een mooi instrument, maar werkt het wel optimaal?

  2. Paul Kemper

    Waardebepaling achteraf is, zeker voor de consumentenmarkt, niet een ‘sustainable model’. Consumenten hebben namelijk geen flauw benul van de geldelijke waarde van iets. Een voorbeeld: een aantal jaar geleden had het NH Hotel een actie op een vrijdagavond in december. Je kon een nacht blijven met 2 personen en bepaalde achteraf wat je je overnachting waard vond. Ontbijt zat er zelfs bij. Chocolaatje op je kussen. Vriendelijke receptie. De volgende morgen bij het uitchecken werd je gevraag te betalen wat je het waard vond. Als je niets wilde betalen, dan betaalde je niets. No problemo. Wat gebeurt er dus: het gros van de mensen betaalde nul komma nul euro.

    Ik heb daar andere ideeën over: het NH heeft je dat gegeven wat ze altijd geven en de waarde daarvan drukken ze uit in een kamerhuur van 125 euro voor 2 personen. Nu kan het zijn dat je dat een beetje te veel vindt. Maar ik zou dan in ieder geval zo’n 75 euro neertellen. Op objectieve gronden dan ten minste. Want er moeten natuurlijk mensen werken om jouw kamer in orde te brengen, om je te ontvangen, je uit te checken, et cetera.

    En als je denkt dat bedrijven daar anders tegenaan kijken? Vergeet het maar. De meeste werknemers hebben vaak ook geen benul van wat een dienst kost. DIe diensten worden vaak door afdeling inkoop, HR, marketing, sales ingekocht. Maar zeker niet door de medewerkers zelf. Dus daar gelden dezelfde principes als in de consumentenmarkt. De uitzondering zijn denk ik de ZZP’ers en zelfstandig ondernemers. Maar omdat die weten dat elke niet uitgegeven cent pure winst is, zullen die ook niet op waarde betalen.

    Tel daar bij op dat de prijs die je voor iets rekent een indicatie is van de waarde die jij hangt aan je dienst. Een psychologische insteek dus eigenlijk. Die een samenvatting is van al je investeringen. Met een prijskaartje aan je dienst hoef je veel minder uit te leggen.

    Ik zou graag zien dat waardebepaling achteraf echt gaat werken. Maar dan moet er eerst heel wat water door de Rijn.

  3. Tim Vergeer

    Hmm, een lastige. Enerzijds denk ik dat we altijd voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten en daarbij rustig op zoek gaan naar redenen waarom een bepaalde dienst goedkoper kan. Soms omdat we gewoon niet ruim in de centen zitten, vaak ook omdat het een nationale sport is om voor iets zo min mogelijk te betalen, de ‘laagste-prijsgarantie’ van o.a. de Mediamarkt bewijst dat wel. Aan de andere kant kunnen we een extraatje wel waarderen, zo heb ik zelf eens een tientje betaald voor een sigaar die voor mijn ogen handgerold was, terwijl de daadwerkelijke waarde waarschijnlijk maar op 4 euro uit kwam. Maar dat is geen massaproduct, ik denk dat zoiets wel een belangrijk element is van de gunningsfactor. Persoonlijke aandacht en service doet meer voor de gunningsfactor dan productiewaarde.

    En over Transformers gesproken, ik weet niet waar jij de tijd vandaan haalt om op kleding te letten. Ik ga naar een Michael Bay film om voor de duur van de film (in dit geval ruim 2,5 uur) weggeblazen te worden met mooie plaatjes, heftig geluid en beeld. Transformer-porno, zo zou je het kunnen noemen. En daar slaagt M. Bay elke keer weer in. Elke film van hem (Transformers-serie, The Island, Bad Boys I & II, Pearl Harbor, Armageddon, The Rock, Bad Boys) voldoet daaraan, door elke film word ik op mijn wenken bediend als het gaat om actie, SFX, de hele mikmak. Als ik een goed verhaal wil ga ik wel naar een film van Darren Aronofsky, Clint Eastwood of The Coen Brothers. Net als ik voor spektakelfilms vertrouw op Ridley Scott.

    Dus misschien is in deze niet zozeer de vraag of de waardebepaling achteraf kan werken, maar of je verwachting vooraf wel klopt.

  4. Joost van Gisbergen

    Of het nu gaat over naar de bioscoop gaan, een CD kopen, op vakantie gaan of wat dan ook, soms krijg je enorm waar voor je geld en soms doe je een gigantische miskoop. Uiteindelijk heffen deze plussen en minnen elkaar wel ongeveer op. Natuurlijk zie je zo nu en dan een film waar je achteraf gezien geen euro voor over zou hebben gehad. Maar daar tegenover staan vast ook films die je al 10 of 20 keer met veel plezier gekeken hebt. Als je consequent bent zou je daar volgens de “waardering achteraf”-redenatie dus een paar honderd euro voor moeten betalen…

  5. Daan

    waarde bepaling achteraf doe ik door een film (TF), vooraf goed te volgen(via internet, magazines), eventueel te downloaden, te bepalen op waarde en indien deze voldoet, dan investeer ik in een bioscoop bezoek, een dvd en als het echt goed is een positieve review op mijn blog :)

    De huidige maatschappij is koopziek, we zijn bovenalles consument. Schotel het ons voor en we slikken het als zoete koek, dan moet je achteraf niet gaan zeuren dat het het niet waard was. Wees kritischer.

  6. Senol Tapirdamaz Post author

    Dus vooralsnog wel voorstander van waardering achteraf.
    Maar twijfel over het succes hiervan.
    En dat ik op zijn minst me goed moet afvragen of de film wel was wat ik verwachtte :)

    Zijn er misschien mensen die succesverhalen hebben over waardebepaling achteraf?

Geef een reactie